
Grafische modellen om juridische informatie toegankelijker te makenBeeldtaal voor juristen |

Het maken van beeldschema's vraagt om een combinatie van logisch en creatief denken. De kern van beeldschema's bestaat uit de schematische samenvatting van de juridische informatie. Dit is een vaardigheid die goed past bij de logische juridische manier van denken. Het informatieschema wordt vervolgens op een creatieve manier uitgewerkt en gepresenteerd, waardoor de juridische informatie voor de doelgroep toegankelijk en bruikbaar wordt.
De visuele en creatieve denkvermogens van (aankomende) juristen worden veel minder getraind. Het begrip creativiteit is overigens veel breder dan 'kunstzinnigheid' of 'handvaardigheid'. Het gaat om het benutten van nieuwe levendige denkwegen en het vinden van oplossingsrichtingen buiten de gebaande paden. Veel mensen denken dat het hier gaat om een talent, dat je hebt of niet. Dit is een misvatting: creatief denken en doen is vooral een kwestie van oefening.
Een nieuwe taal leert men niet door er uitsluitend een boek over te lezen, maar door de taal te gaan spreken. Een jurist die met beeldtaal wil gaan communiceren, leert deze taal het beste door veel beeldschema's te maken en te gebruiken, in zijn studie of in zijn werk. Deze oefeningen helpen u hierbij op weg.
De oefeningen zijn bedoeld om te oefenen met het stappenplan uit paragraaf 3.2 van het boek. 
Bij het maken van een opdracht kunt u de relevante voorbeeld(en) uit hoofdstuk 2 van het boek er eventueel bijpakken. Kijk ook goed naar de mogelijke varianten waarnaar wordt verwezen op de linkerpagina's.
Deze website bevat - met uitzondering van opdracht 4 - geen standaarduitwerkingen van de opdrachten. De opdrachten kunnen worden uitgevoerd met juridisch materiaal naar keuze uit de eigen beroepspraktijk of studie, om de tijdsbesteding voor de oefeningen zo effectief mogelijk te maken. De uitwerkingen van de oefening kunnen onderling dus sterk verschillen. Bovendien zijn er allerlei varianten denkbaar waarin u de informatie toegankelijk en aantrekkelijk kunt presenteren.
Oefenen met het stappenplan staat voorop. Hierdoor kunt u ervaring opdoen in de verschillende vaardigheden die aan bod komen in het stappenplan: juridische informatie terugbrengen tot zijn essentie, de informatie afstemmen op de doelgroep en de praktische toepassing, het zoeken van passende vormen en beelden, het inzetten van uw creativiteit enzovoort. Het gaat hierbij om de oefening en de ervaring, het resultaat is vooralsnog minder belangrijk.
Als u een aantal oefeningen hebt uitgevoerd en enthousiast bent over de methode, kunt u de nadruk leggen op het resultaat. Besteed dan extra aandacht aan Stap 3. De kwaliteit van uw beeldschema kunt u eerst zelf beoordelen door het resultaat te toetsen aan de basisregels uit paragraaf 3.1 van het boek. Basisregel 8 is hierbij de belangrijkste toetssteen:
Vervolgens kunt u het beeldschema voor feedback voorleggen aan een collega of studiegenoot. In laatste instantie kunt u het resultaat testen bij één of meer personen uit de doelgroep die u voor ogen had bij het maken van het beeldschema.
Om onderlinge vergelijking mogelijk te maken en van elkaar te kunnen leren, kunt u met een collega of medestudent afspreken een bepaalde oefening uit te voeren op basis van dezelfde informatie of hetzelfde onderwerp.
Aan het einde van iedere oefening staat steeds een aantal zelfcontrolevragen. Deze vragen zijn bedoeld voor onderwijsdoeleinden, maar ook voor ervaren juristen die bewust willen vaststellen of de methode van Beeldtaal voor juristen voor hen meerwaarde oplevert en zo ja op welke punten. De vragen kunnen op papier beantwoord worden, maar ook eenvoudigweg in gedachten worden langsgelopen.